De ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa
|
Op de stomapagina heb ik verteld dat er
verschillende oorzaken kunnen zijn voor het aanleggen van een stoma. Ik heb
daar o.a. de ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa genoemd. Op deze pagina wil ik
deze ziekten nader bespreken. Hiervoor heb ik gebruik gemaakt van diverse
bronnen op internet. De ziekte van Crohn. Bij de ziekte van Crohn is er sprake van een chronische ontsteking van de dunne en/of de dikke darm. De ziekte openbaart zich vaak voor het eerst tussen het 15e en het 30e levensjaar. Een van eerste klachten is diarree. De ziekte kan ook leiden tot een plaatselijke vernauwing (stenose) door littekenweefsel. Deze vernauwing is dan weer de oorzaak van een verstoorde en pijnlijke passage van de darminhoud. De opname van sommige voedingsmiddelen in de dunne darm wordt ook verminderd door de ontsteking. Een logisch gevolg is dan gewichtsverlies en en tekort aan bepaalde voedingsstoffen.
Klachten bij de ziekte van Crohn. De meest voorkomende klachten zijn buikpijn, diarree, afvallen en moeheid. Ongeveer 1/3 van de patiënten heeft last van "fistels". Fistels zijn buisvormige verbindingen tussen het darmkanaal en andere organen of de huid. Meestal gaat de patiënt laat met deze klachten naar de arts. De diagnose van deze ziekte is vaak moeilijk vast te stellen. Ook is er nog geen eenvoudige test om de ziekte van Crohn vast te stellen. Colitis Ulcerosa. Colitis Ulcerosa ook wel kortweg "colitis" genoemd is een chronische ontsteking van de dikke darm. De meest voorkomende klachten zijn diarree, het niet of moeilijk op kunnen houden van de ontlasting en bloedverlies bij de ontlasting. Fistels komen in principe niet voor. In tegenstelling tot de ziekte van Crohn beperkt colitis zich tot de bovenste slijmvlieslaag van de dikke darm. Wanneer de ontsteking alleen voorkomt in de laatste 10 cm van de dikke darm (endeldarm), wordt het proctitis genoemd.
De oorzaken.
Over de oorzaken is eigenlijk nog zeer weinig bekend. Wel zijn er sterke
aanwijzingen dat erfelijke factoren, omgevingsfactoren zoals stress en roken een
grote rol kunnen spelen bij het ontstaan van deze ziekten. Erfelijkheid. Hoewel erfelijkheid zeker een rol kan spelen, heeft iemand met IBD maar een kleine kans op het krijgen van een kind dat later aan dezelfde ziekten lijdt. Ongeveer 5 tot 10% van familieleden van patiënten met de ziekte van Crohn of colitis heeft ook IBD. Dit percentage is hoger dan bij mensen die geen IBD hebben. Stress. Bij de meeste mensen veroorzaken spanningen en nervositeit klachten van het maagdarmkanaal. Dus ook bij mensen met IBD. Uit wetenschappelijk onderzoek is dit duidelijk vast komen te staan. Veel patiënten hebben het idee dat stress een van de belangrijkste factoren is bij het ontstaan van IBD. Bij mensen die geen last hebben van spanningen en stress heeft dit een gunstiger verloop. De ziekte zelf kan natuurlijk ook voor stress zorgen. Roken.
Het mag algemeen bekend zijn dat roken slecht is voor de gezondheid. Het roken
is een risicofactor voor het ontstaan van de ziekte van Crohn en de
genezing wordt door het roken aanmerkelijk vertraagd. Door te stoppen met roken
worden de oplevingen van de de ziekte van Crohn met
40%!!!
verminderd.
Het is bekend dat mensen die roken en aan de ziekte van Crohn lijden vaker
geopereerd moeten worden aan hun darmen en dat ze zich minder goed voelen. Een
mogelijke verklaring hiervoor is dat roken de vorming van stolsels in de
bloedvaten (trombose) van de darm bevordert, waardoor een ontsteking kan
ontstaan. De diagnoses. Het stellen van de diagnoses duurt vaak enige maanden. In het begin is het moeilijk vast te stellen of er sprake is van een chronische darmontsteking. Moet men met spoed geopereerd worden aan bijvoorbeeld de blinde darm, dan kan men veel sneller de diagnose stellen. Om een diagnose te kunnen stellen zijn er diverse onderzoeksmethoden beschikbaar. Hieronder zal ik over deze methoden wat meer vertellen. Anamnese. De arts zal eerst door het stellen van vragen een beter beeld proberen te krijgen van de klachten. Dat zijn vragen over de aard en de duur van de buikpijn en de diarree, over eventueel gewichtsverlies, afwijkingen rond de anus en klachten van de huid, gewrichten en ogen. Ook zal worden nagegaan of deze klachten ook voorkomen in de omgeving en bij familieleden. Het lichamelijk onderzoek. Vaak worden er geen afwijkingen gevonden, maar toch blijft het lichamelijk onderzoek heel belangrijk. Het gewicht, de algemene indruk en het onderzoek van ogen, gewrichten, en vooral de anus zijn belangrijke aanwijzingen voor de diagnose en de behandeling. Ook wordt er gelet op fistels en andere afwijkingen rond de anus. Laboratoriumonderzoek.
Een van de eerste zaken die worden onderzocht is het bloed. Het bloedonderzoek
bestaat meestal uit het kijken of er sprake is van bloedarmoede
(hemoglobinegehalte of Hb), van een ontsteking (bloedbezinking of BSE) of van
een slechte voedingstoestand (albuminegehalte). Helaas bestaat er nog geen
bloedtest die de ziekten onomstotelijk vast kunnen stellen. Toont het
bloedonderzoek geen afwijkingen aan, dan is IBD minder waarschijnlijk, maar niet
uitgesloten. Endoscopie. Een belangrijke rol in het onderzoek is weggelegd voor "endoscopie" bij mensen die klachte hebben die wijzen op IBD. Met behulp van een scoop (een dunne soepele slang) kan het inwendige van de dikke darm en een deel van de dunne darm in beeld worden gebracht (zie tekening).
Op deze manier kan zichtbaar gemaakt worden
of, en waar, er een ontsteking is. Daarbij kunnen met een klein tangetje kleine
stukjes weefsel worden weggenomen om onder de microscoop te onderzoeken. Röntgenonderzoek. Voor het onderzoeken van de dunne darm wordt meestal het röntgenonderzoek gebruikt. Via een dunne sonde, via het neusgat, wordt contrastvloeistof in de dunne darm gebracht. Daarna worden foto's gemaakt. Op deze manier kan men onderzoeken of er een ontsteking of een vernauwing (stenose) is in de dunne darm en of er verbindingen tussen darm en andere organen bestaan (fistels). Voor dit onderzoek moet de darm evenals bij het onderzoek van de dikke darm goed geleegd zijn. Ook van de dikke darm kan een foto worden gemaakt. Dit noemt men ook wel een "X-Colon". Hierbij wordt via de anus met een kleine sonde bariumpap in de dikke darm gebracht, waarna de röntgenfoto's worden gemaakt. Echografie. De voorgaande onderzoeksmethoden zijn vaak behoorlijk belastend voor de patiënt. Echografie is dat niet. Deze methode wordt soms toegepast bij IBD om vast te stellen of de darmwand verdikt is en of er een ontsteking is buiten de darm. Nadat de huid is ingesmeerd met een gladde pasta gaat de arts met een apparaatje dat utrasone geluidsgolven uitzendt over de buik. Deze geluidsgolven worden door de ingewanden teruggekaatst en opgevangen (vandaar de naam echografie). Dit wordt dat door een computer weer omgezet in een beeld op een scherm, waarna de arts de situatie kan beoordelen. Deze beelden worden dan als foto vastgelegd. CTscan. De
laatste onderzoeksmethode is ook een van de meest moderne van deze tijd. De
CTscan wordt hoofdzakelijk gebruikt om te onderzoeken of er een abces (pus in
een holte) is in de buik. Bij de ziekte van Crohn komen abcessen vaak voor. Na een of meerdere van deze onderzoeken kan door de arts in overleg met de patiënt een behandelingsplan worden opgesteld. Welke behandelingen er mogelijk zijn wordt hieronder besproken. De behandeling. Afhankelijk van de ernst van de ziekten zijn er diverse behandelingen mogelijk. De belangrijkste zijn de medicijnen en/of de operatie. De medicijnen. Als de diagnose eenmaal is gesteld, zal gestart worden met behandelen door medicijnen. Deze medicijnen dienen om de ontsteking af te remmen en ze onderdrukken ook het ontstaan van nieuwe ontstekingen. Daarbij worden ook vaak medicijnen voorgeschreven tegen bloedarmoede en diarree. De patiënt zal dus langdurig medicijnen moeten gebruiken waarbij hij begeleid wordt door een specialist. De behandeling is typisch een vorm van symptoombestrijding. De ziekte zelf zal er niet door genezen. Ongeveer 80% van de patiënten met IBD gebruikt langdurig medicijnen. Naast de gunstige effecten van deze medicijnen kunnen soms ook bijwerkingen optreden. Daarom wordt bij langdurig medicijngebruik regelmatig het bloed gecontroleerd. De keuze van de medicijnen is afhankelijk van van de ernst van de ontsteking en van de plaats. Zo zijn er medicijnen die voornamelijk werken in de dunne darm. Andere werken juist in het laatste gedeelte van de dikke darm. De belangrijkste medicijnen zijn: 5-ASA preparaten, corticosterroliden, imminomodulatoren (beïnvloeden de natuurlijke afweer van het lichaam) en antibiotica. Deze medicijnen kunnen op verschillende wijze worden toegediend; via mond, via een bloedvat (intraveneus) of via de anus met een zetpil of een klysma. Daarnaast zijn er medicijnen die op een bepaalde plaats in het lichaam werken en andere die in het hele lichaam werkzaam zijn. De wijze van toedienen van een medicijn is afhankelijk van de plaats waar de ontsteking zich bevindt. De operatie.
Het kan soms nodig zijn een darmoperatie uit te voeren. Dit kan bijvoorbeeld het
geval zijn bij een ernstige vernauwing van de darm of bij het niet reageren op
medicijnen. De aanpak bij de ziekte van Crohn en colitis is hierbij duidelijk
verschillend. Meestal zal men bij colitis ulcerosa de gehele dikke darm
verwijderen om daarna een verbinding tussen de dunne darm en de anus te maken.
Tegenwoordig wordt bij colitis een zogenaamde "pouch" aangelegd.
Hierbij wordt een reservoir van een deel van de dunne darm gemaakt om er voor
te zorgen dat de ontlasting tijdelijk kan worden opgevangen. Het aanleggen van
een incontinent stoma behoort ook nog steeds tot de mogelijkheden. Het verloop van de ziekten. Hoe de ziekte van Crohn en ook colitis zal verlopen is onvoorspelbaar. Soms blijft de ontsteking beperkt tot een klein deel van de darm, maar in andere gevallen beslaat de ontsteking een veel groter deel van de darm. Er zijn grote verschillen waar te nemen in de aard van de klachten en het succes van de behandeling. De meeste patiënten kunnen na de behandeling weer een normaal leven leiden met betrekkelijk weinig klachten. De kwaliteit van leven is vergelijkbaar met die van mensen zonder IBD. Toch zijn er ook mensen met IBD die een zeer moeilijk controleerbare ontsteking hebben. Daarvoor is een uitgebreide behandeling met medicijnen noodzakelijk. Een ziekenhuisopname met een operatie is daarbij niet uit te sluiten. De meeste patiënten blijven onder controle van een specialist. Specialisten die zich met deze ziekten bezighouden zijn een internist, een gastro-enteroloog, een kinderarts en/of een chirurg. Bij medicijngebruik zal er regelmatig bloedonderzoek moeten plaatsvinden. Als een patiënt niet goed reageert op de medicatie zal soms opnieuw een endoscopisch onderzoek nodig zijn. Zwangerschap. In het algemeen hebben vrouwen met IBD net zo veel kans op een normale zwangerschap als vrouwen zonder IBD. Sommige vrouwen die operaties of fistels in het kleine bekken hebben gehad, hebben minder kans om zwanger te worden. Het verloop van de ziekte tijdens de zwangerschap is soms beter, soms slechter, maar meestal gelijk aan het verloop zonder zwangerschap. De meeste medicijnen kunnen tijdens de zwangerschap zonder problemen worden gebruikt. Bij twijfel is het aan de raden overleg te plegen met uw behandelend arts. De vrouwenarts zal de begeleiding van de zwangerschap op zich nemen. Hierbij zal vooral op de groei van het kind worden gelet. Complicaties.
Bij de ziekte van Crohn en cloitis zijn natuurlijk nooit uit te sluiten, maar de
meeste mensen met een chronische darmziekte reageren gunstig op de behandeling.
Als de klachten na de behandeling niet verminderen of zelfs verergeren of als de
ontsteking zich uitbreidt tot buiten het darmkanaal, ziet men dat als een
complicatie van IBD. Complicaties komen bij 10 tot 20% van de patiënten voor. Kwaadaardige ontaarding. Veel patiënten hebben vaak onuitgesproken angsten dat de ziekte zich zal ontwikkelen als darmkanker. Bij langdurige en uitgebreide ontsteking is de kans op darmkanker licht verhoogd. Dit is de reden dat na ongeveer 10 jaar vaak een zgn. "screening coloscopie" wordt uitgevoerd. Daarbij worden dan veel stukjes weefsel weggenomen voor onderzoek onder microscoop. Uit onderzoek is gebleken dat de kans op darmkanker bij IBD-patiënten veel kleiner is dan altijd werd aangenomen. Komt IBD vaak voor? De ziekte van Crohn en colitis komen bij ruim 35000 mensen voor. De laatste decenia is er een duidelijke stijging waar te nemen van de ziekte van Crohn. Voor colitis geldt dat in mindere mate. Per jaar komen er ongeveer 2500 mensen bij waarbij de ziekte van Crohn of colitis is vastgesteld. De ziekte van Crohn komt bij vrouwen wat vaker voor dan mij mannen, terwijl voor colitis juist het tegenovergestelde is waar te nemen. Op de pagina Links naar overige sites vindt U meer informatie. Reacties op deze pagina zijn altijd van harte welkom. U kunt een mail sturen door op de "E-mail" button hieronder te klikken. Voor vragen van medische aard kunt u terecht bij uw huisarts of specialist.
|
© Donald Willemsen