|
Hydrocefalie, de vorming van een
"waterhoofd", berust op een gestoorde omloop van het hersen- en
ruggenmergsvocht (liquor). Om dit te begrijpen, moet men enige kennis hebben van
de anatomie van schedel en hersenen en van de vorming en afvloed van de liquor.
De hersenen nemen het grootste gedeelte van de
schedelinhoud in beslag. Ze zijn voorzien van talrijke bloedvaten en ze worden
omspoeld door liquor, waar ze als het ware in drijven. Liquor is het
hersenvocht, dat er normaal uitziet als water. De liquor wordt geproduceerd in
holtes in de hersenen, de hersenkamers of ventrikels. We onderscheiden twee
zijventrikels, een derde ventrikel (die in het midden ligt) en een vierde
ventrikel, gelegen in of onder de kleine hersenen.
 |
Figuur
1
Op deze overlangse doorsnede van de hersenen is
de circulatie van de liquor schematisch weergegeven.
hk = hersenkamers
4 = 4e ventrikel
a = aquaduct
|
De liquor wordt geproduceerd door weefselslierten met
een vlokachtig uiterlijk (de plexus choreoïdeus) in de ventrikels. De
dagelijkse produktie bedraagt tussen de 400 en 500 ml. Dit gaat ook door als de
druk verhoogd is. Het totale volume van de liquor in en rondom de hersenen
bedraagt ca. 150 ml. Dit houdt in dat de liquor drie keer op een dag geheel
wordt vervangen. De liquor heeft vooral een functie als stootkussen voor
de hersenen en verder om een goede biochemische omgeving van de zenuwcellen te
waarborgen. De normale druk van de liquor is bij volwassenen ongeveer 15 cm
waterdruk (in liggende positie).
Vanuit de zijventrikels stroomt de liquor door twee
openingen naar de derde ventrikel. Van hier uit gaat het via een dun kanaaltje,
de aquaduct, naar de vierde ventrikel. Via een drietal uitgangen in de vierde
ventrikel kan de liquor tenslotte uitstromen naar de ruimtes rond de hersenen.
Aan de oppervlakte van de hersenen wordt de liquor weer in de bloedbaan
opgenomen (geresorbeerd) door kleine uitstulpingen (de arachnoïdale
granulaties) die vooral midden bovenop de hersenen zijn gelegen. Er is een
voortdurende productie, circulatie en heropname van liquor. Onder normale
omstandigheden is er een evenwicht tussen productie en afvoer. Wanneer de liquor
niet uit de hersenkamers kan ontsnappen of niet door de bloedbaan kan worden
opgenomen ontstaat er stuwing van liquor in de ventrikels, waardoor deze gaan
verwijden (hydrocefalie). Hydrocefalie door een te grote productie van liquor
komt slechts in zeldzame gevallen voor en wordt hier verder buiten beschouwing
gelaten. We zullen alleen de gestoorde afvloed als oorzaak van hydrocefalie
verder bekijken.
Hydrocefalie wordt onderverdeeld in:
 |
afsluitingshydrocefalie:
wanneer de doorstroming binnen het systeem van de hersenkamers is
afgesloten. Omdat er geen verbinding is tussen de binnenste liquorruimten
(de hersenkamers) en de ruimtes rond de hersenen wordt hier ook wel
gesproken van een niet communicerende hydrocefalie. Oorzaken van
een dergelijke niet communicerende hydrocefalie kunnen zijn: aangeboren
vernauwing van de aquaduct, verklevingen na infecties, tumoren in de
hersenholten.
|
 |
communicerende hydrocefalie: wanneer de doorstroming wel kan plaatsvinden, maar de
opname door de bloedbaan gestoord is. Er is sprake van een gestoorde
resorptie, zodat deze vorm ook wel non-resorptief wordt genoemd. Dit
ontstaat soms door verklevingen na bepaalde hersenbloedingen, na infecties
of door ouderdoms veranderingen.
Voorts kan hydrocefalie zowel aangeboren als later in
het leven verworven zijn.
Diagnose
Er zal aan hydrocefalie gedacht
worden, wanneer de patiënt verschijnselen heeft die er op wijzen dat de
hersendruk verhoogd is. Zulke verschijnselen hangen af van de leeftijd van de
patiënt. Bij een zuigeling zijn de schedelnaden en fontanel nog niet gesloten.
Daarom geeft het hoofd mee met de verwijding van de ventrikels. Vaak zien we dan
te snelle groei van het hoofd, een gespannen fontanel, uitgezette aderen,
prikkelbaarheid, grote ogen (het "zonsondergang"-teken) en soms
trekkingen.
Bij oudere kinderen en volwassenen is de schedel
gesloten en kan deze niet meer uitzetten. De verhoogde druk als gevolg van het
uitzetten van de hersenkamers geeft dan vaak aanleiding tot hoofdpijn,
misselijkheid en/of braken, wazig of dubbel zien, lusteloosheid of zelfs
sufheid.
Een apart ziektebeeld vormen de verschijnselen die soms
bij oudere mensen ontstaan van verwardheid, vergeetachtigheid, incontinentie
voor urine en loopstoornissen. Deze verschijnselen lijken soms op die bij
dementie.
Onderzoek
Er zijn een aantal onderzoeken
die het vermoeden van een hydrocefalie kunnen bevestigen:
 |
Echo-onderzoek
van de schedel. Dit onderzoek, dat op betrouwbare wijze de grootte van de
hersenkamers kan weergeven, kan alleen bij kinderen, bij wie de fontanel
nog niet gesloten is, worden uitgevoerd. |
 |
Computertomografie(CT). Dit is een onderzoek, waarbij door een draaiende röntgenbuis in
samenwerking met een computer plaatjes worden gemaakt, die een doorsnede
van de schedel vormen. Afgezien van een (geringe) stralenbelasting is het
een onschuldig onderzoek dat zo nodig vele malen herhaald kan worden.
Behalve de verwijde kamers kan ook een eventuele oorzaak van de
hydrocefalie worden aangetoond. |
 |
Magneetscan(MRI). Dit onderzoek, dat helemaal onschadelijk is, omdat de beelden met
behulp van een magneetveld worden vervaardigd, lijkt veel op de CT, maar
toont veel meer bijzonderheden. Met bepaalde technieken kan ook de liquor
stroom zichtbaar worden gemaakt. De beschikbaarheid van
MRI-apparatuur is op dit moment nog minder dan die van de CT, de
apparatuur (en daardoor het onderzoek) is ook veel duurder. We zien nu al
wel dat de MRI de CT steeds meer verdringt. |
 |
Cisternografie.
Bij dit onderzoek wordt via een ruggenprik een kleine hoeveelheid
radioactief materiaal in de liquor gebracht. Er worden gedurende twee
dagen op een aantal verschillende momenten opnames gemaakt. Het onderzoek
geeft informatie over de stroming en de opname van de liquor. Dit
onderzoek wordt tegenwoordig niet veel meer toegepast.
Behandeling
De behandeling van hydrocefalie is
eigenlijk alleen maar chirurgisch. Deze berust op het omzeilen van de
belemmering, door het maken van een rechtstreekse verbinding (een shunt) van de
hersenkamers met de buitenwereld (tijdelijk, een z.g. externe drain ) of met een
andere lichaamsholte (permanent). Het meest gebruikelijk zijn tegenwoordig de
afleidingen naar de buikholte of naar het hart via een ader in de hals.
Het inbrengen van een inwendige drainage of shunt
vereist het gebruik van materiaal dat door het lichaam wordt aanvaard en dat
zeer bestendig is. Zulk materiaal is siliconenrubber, waarvan de meeste
shuntsystemen gemaakt zijn. Zo'n shunt bestaat uit een slangetje dat ingebracht
wordt in de hersenkamer, een ventiel met een reservoir en een afvoerend
slangetje voor buikholte of hart. Het reservoir wordt vaak "pompje"
genoemd, maar eigenlijk is het een drukventiel. Er gaat alleen liquor stromen
wanneer een bepaalde druk in de hersenkamers wordt overschreden. Binnen bepaalde
grenzen kan van tevoren bepaald worden hoe hoog de druk mag worden, en zo zijn
er systemen met lage, gemiddelde en hoge druk. Er zijn ook verstelbare kleppen.
De keuze van het systeem hangt van een groot aantal factoren af, zoals leeftijd,
oorzaak van de hydrocefalie, bevindingen bij CT of MRI en van de voorkeur en
ervaring van de neurochirurg.
De operatie zelf is een betrekkelijk eenvoudige
ingreep, maar mag daarom nog niet worden onderschat. In de schedel wordt achter
het oor of verder naar voren een klein gaatje geboord. Via dit gaatje wordt het
slangetje in de hersenkamer ingebracht. Bij een verwijd ventrikelsysteem is dat
eenvoudig, maar als de ventrikels niet zo wijd zijn kan het moeilijk zijn om het
slangetje in de goede positie te krijgen. Moderne hulpmiddelen daarbij zijn een
endoscoop (kijkbuis) of positiebepaling met behulp van CT of MRI en ingewikkelde
computerapparatuur (z.g. neuronavigatie).
Als gekozen wordt voor een afleiding naar het hart, dan gaat dat via een ader
onder de rechter kaakhoek. Deze wordt geopend en het slangetje wordt onder Röntgencontrole
tot in de rechter boezem opgevoerd. Voor een buikafleiding wordt een kleine
opening in de buikwand gemaakt, via welke het slangetje dan in de vrije
buikholte wordt opgeschoven. Het vocht wordt door het buikvlies opgenomen. Het
“tunnelen”van het systeem onder de huid gaat via een paar tussensneetjes.
De voelbare verdikking in het systeem (het eigenlijke
ventiel of "pompje") geeft de behandelend chirurg de mogelijkheid de
functie van het systeem te testen. Normaal kan het "pompje" worden
ingedrukt en komt het vlot weer op. Wanneer dit niet zo is, kan dit wijzen op
een onvoldoende functie van het systeem, al hoeft dit niet altijd.
Het zelf "testen" van het systeem,
waarbij het pompje herhaaldelijk wordt ingedrukt door de patiënt, moet dringend
worden afgeraden.
Patiënten met een shunt blijven in principe onder
controle zo lang als de shunt functioneert. Soms komt het voor, dat de oorzaak
van de hydrocefalie verdwijnt, de patiënt is "er overheen gegroeid",
zodat de shunt niet meer in werking treedt. We spreken dan van een
gecompenseerde hydrocefalie. Een dergelijke situatie kan op zijn beurt wel weer
eens ontsporen: de patiënt is dan opeens wel weer van de shunt afhankelijk.
Patiënten met een "pompje" kunnen een volstrekt normaal leven leiden
en zijn door de shunt alleen in geen enkel opzicht beperkt.
|
|
De beslissing om al dan niet een drain aan te leggen zal dus in een overleg
tussen de behandelende neuroloog en de ouders moeten worden genomen. In
Nederland worden drie systemen drains gebruikt: Het Pudenz-systeem, het systeem
van Holter en het systeem van Hakim. Over deze systemen volgt hieronder nog wat
extra uitleg.

Het
Pudenz-systeem
bestaat geheel uit silicone-rubber. Dit systeem heeft een vochtkamer op de
plaats waar de canule naar de hersenen door het bot naar binnen gaat,
spleetklepjes aan de punt van de canule naar hart of buikholte. Het is onder de
huid van de schedel goed te voelen. Wanneer dit reservoir gemakkelijk
leeggedrukt kan worden, betekent dit dat de canule in de richting van het hart of
buik open is. Vult de canule direct weer, dan is ook de toevoer van de liquor
uit de hersenkamers verzekerd. Het niet vollopen van het reservoir hoeft niet te
betekenen dat het systeem niet functioneert,want dit kan ook veroorzaakt worden
door het feit dat de hersenventrikels door de aanwezigheid van het shuntsysteem
zodanig zijn samengevallen dat er onvoldoende aanbod is van liquor, waardoor het
zich weer vullen van het reservoir pas na verloop van tijd tot stand komt.
Bij het
systeem van Holter
wordt tussen het kleppensysteem en de ventrikelcanule meestal een reservoir
ingeschakeld dat de naam van Rickham draagt. Dit reservoir kan worden gebruikt
voor het uitvoeren van puncties en het meten van druk. Het pompje bestaat uit
een dubbelspleetklopsysteem in membranen. Dit zit opgesloten in een metalen buis
met daartussen een flexibel reservoir waardoor de pomp met de vinger door de
huid heen kan worden bediend en beoordeeld op zijn functie.
Bij het
systeem van Hakim
is sprake van een pompsysteem met twee echte kleppen, die bestaan uit een
metalen bolletje in een trechter, dat op zijn plaats gehouden wordt door een
veertje. De openingsdruk van dit klepsysteem is zeer nauwkeurig vastgesteld in
testprocedures in de fabriek. Het Hakim-systeem is het enige shuntsysteem dat
kan worden toegepast bij de aanwezigheid van hersenvocht met een te hoog
eiwitgehalte dat bij de andere systemen kan leiden tot verstopping.
hier ziet u twee voorbeelden van de werking en
plaatsing van een drain
A) de afvoerslang loopt naar de buikholte
C) de afvoerslang is tot in het hart geleid
B) het pompje zoals bij 2 op het plaatje hieronder

hier ziet u een foto van een drain met:
1) het deel dat in de schedel geplaatst wordt
2) de pomp die vlak onder de huid komt te liggen en
3) het afvoerslangetje dat naar de buikholte wordt geleid
Nieuwste behandelmethode voor
Hydrocephalie. Tegenwoordig kan met een endoscopische operatie de vloer van
de derde ventrikel worden geopend. Zo onstaat een natuurlijk bypass en is geen
drain meer nodig. Deze techniek is vrij nieuw en wordt lang niet overal
toegepast. Hieronder nog een uitleg over deze nieuwemethode
Derde
ventriculocisternostomie
Een betrekkelijk nieuwe techniek is
die, waarbij met een endoscoop (een z.g. kijkoperatie) de bodem van de derde
ventrikel wordt benaderd. Deze is maar heel dun en vooral bij het bestaan van
hydrocefalie uitgespannen en bijna doorschijnend. Deze bodem kan zonder veel
risico worden doorgeprikt, waarbij dan een verbinding ontstaat tussen de
hersenkamers en de ruimte rond de hersenen. De aquaduct (het buisje tussen derde
en vierde ventrikel) is als het ware omzeild. Deze ingreep komt dan ook vooral
in aanmerking bij een vernauwing van de aquaduct en kan maar in een klein aantal
gevallen een alternatief vormen voor het plaatsen van een shuntsysteem.
Complicaties
Het inbrengen van een shunt neemt
niet, zoals bij veel andere chirurgische behandelingen, de oorzaak van de
hydrocefalie weg. Er wordt alleen een oplossing gemaakt voor afvoer van
hersenvocht dat anders niet weg kan stromen. Er kunnen zich daarbij problemen
voordoen, die een nieuwe operatie aan de shunt (een z.g. revisie-operatie)
noodzakelijk maken.
De meest gebruikelijke complicatie is verstopping van
het systeem. Dit kan overal in het systeem optreden. Er kan in de hersenkamer
weefsel van de plexus choreoïdeus in het slangetje terecht komen. Ook kunnen
door te sterke drainage de hersenkamers samenvallen, waardoor de punt van de
catheter tegen de wand van de hersenkamer komt te liggen. De slangetjes kunnen
losraken, afknikken, lussen vormen of in littekenweefsel terecht komen. Door de
groei kan bij kinderen de positie van een van de uiteinden veranderen.
Een geduchte complicatie is de infectie. Een
shuntsysteem is een vreemd lichaam, waarop bacteriën zich kunnen gaan
vastzetten. Het geven van antibiotica helpt dan meestal niet meer. Het
verwijderen van het systeem is dan de enige oplossing. De periode tot het
plaatsen van een nieuwe shunt moet soms worden overbrugd door een slangetje naar
buiten, een externe drain.
Ten slotte kan door hevelwerking te veel liquor aflopen
via het systeem. Men noemt dit overdrainage. Dit kan klachten geven, al is dat
niet altijd zo. Bij zeer grote ventrikels en overdrainage bestaat het risico van
een bloeduitstorting tussen hersenen en hersenvliezen, een subduraal hematoom.
Alle bovengenoemde complicaties maken de geregelde
controle van de patiënt met de shunt noodzakelijk.
Shuntdysfunctie
Het komt voor dat de drain niet of slecht functioneert. Dat kan ernstige problemen en schade aan
de hersenen veroorzaken . Er zijn verschillende signalen die kunnen wijzen op
het niet of slecht functioneren van de drain. Het is aan te raden hier goed op
te letten!!! De signalen kunnen zijn o.a.: persoonlijkheidsveranderingen,
hoofdpijnklachten, slechte schoolresultaten, betrokkene maakt een afwezige
indruk als bij epilepsie maar antwoord wel op gestelde vragen.
Heeft u een vermoeden dat de drain niet
of slecht functioneert, ga dan ZO SPOEDIG MOGELIJK naar uw huisarts of
specialist!!!!!!!!!!
De verschijnselen van een niet goed
werkende shunt zijn dezelfde als die van hydrocefalie zonder shunt. Het ontstaan
kan langzaam maar soms ook heel snel zijn. Vlug ingrijpen is dan geboden,
waarbij de shunt of een deel daarvan wordt gereviseerd. Als de oorzaak
onduidelijk is kan ook wel eens tijdelijk een externe drainage worden aangelegd.
Niet alle klachten zijn bij een patiënt met een shunt
altijd aan de shunt of een onvoldoende werking daarvan te wijten. Er kan ook
iets anders aan de hand zijn, zoals b.v. een griep of een verkoudheid. Toch
maakt men zich natuurlijk snel bezorgd, en in geval van twijfel is het altijd
raadzaam Uw arts te raadplegen.
|