Latexallergie
|
Wat is latex. Latex wordt ook wel rubber genoemd en is afkomstig van de rubberboom. De sappen uit de boomschors worden opgevangen en verwerkt tot rubber. In meer dan 40.000 producten, die we dagelijks gebruiken, wordt rubber gebruikt. Voorbeelden zijn: elastiek, kleding, balonnen, condooms enz. Allergie. Overgevoeligheid voor één of meerdere stoffen noemt men een allergie. Reacties die zich kunnen voordoen bij een allergie zijn bijv.: tranende ogen, loopneus, huiduitslag, niezen, jeuk en diarree. Latex Intollerantie (latexallergie) kan niet worden aangetoond door bestaande testen. De reacties bij latexallergie kunnen variëren van een kleine huiduitslag tot het overlijden aan de gevolgen van lataxallergie. Frequentie van latexallergie. In Nederland vermoedt men dat 12 tot 18% van de mensen, die in de gezondheidszorg werken, een latexallergie ontwikkelen. Maar liefst 37% van de medewerkers van de afdeling immunologie aan de Erasmus-universiteit van Rotterdam zegt klachten te hebben door het dragen van rubber handschoenen. In de voedsel- en rubberindustrie lopen de cijfers van allergische reacties uiteen van 8 tot 12%. Over de situatie in België is mij niets bekend. Waardoor krijg je
latexallergie. De grootste oorzaak van
latexallergie is de rubber handschoen (vooral de gepoederde soort). Door opname
door de huid van de eiwitten van rubber onstaat de allergie. Na verloop van tijd
onstaat er plaatselijk een hinderlijke huiduitslag die zich zonder behandeling
sterk kan uitbreiden. De poeder op de latex handschoenen verspreidt zich door de
lucht en brengt dan latexdeeltjes via de luchtwegen in de longen. Als latex via
de luchtwegen het lichaam is binnengedrongen, zijn de reacties vaak veel
heftiger. Astma is dan in feite nog de kleinste reactie. De poeder van latex
handschoenen besmet ook de omgeving. Dus zelfs familieleden van mensen, die met
gepoederde handschoenen werken, kunnen daardoor een latexallergie ontwikkelen. Kinderen en latexallergie. Kinderen, die 3 of meer operaties hebben ondergaan, maken 33% kans op het ontwikkelen van een latexallergie. Bij kinderen, die 7,7 of meer operaties hebben ondergaan, loopt het percentage op naar 55%. Kinderen, die een aandoening aan de urinewegen of hydrocephalie hebben, lopen 25% kans op een latexallergie. Niet vanwege een operatie, maar door het gebruik van latex catheters. Direct na de geboorte komt het kind al in contact met latex via de slijmvliezen. Denk hierbij aan het uitzuigen van de luchtwegen bij pasgeborenen met een latex buisje. Ook contact met latex via de huid is bij pasgeborenen het geval. Immers, verloskundigen en gynaecologen dragen vaak (gepoederde) latex handschoenen. Pasgeborenen met een aandoening worden meestal meteen in een ziekenhuis opgenomen en komen daardoor veel in contact met latex. Couveusekinderen lopen daardoor 50% meer kans op een aandoening aan de luchtwegen te krijgen. Latexallergie en
kruisreacties. In 50 tot 80% van de
gevallen, waarbij mensen een latexallergie hebben, komen kruisreacties voor. Een
kruisreactie wil zeggen, dat mensen met een latexallergie ook een
overgevoeligheid hebben ontwikkeld voor andere (voedings) stoffen. Oorzaak is
dat latex 75 verschillende eiwitten bevat die ook voorkomen in bijvoorbeeld
noten, vruchten, planten en bomen. Vermijden van het contact met latex is de
enige mogelijke behandeling. Dit is natuurlijk vrijwel onmogelijk, waardoor de
reacties op de latexallergie steeds heftiger worden. Kinderen kunnen pas op een
latexallergie getest worden vanaf dat ze 3 jaar oud zijn. |
Bronnen: www.spina-bifida.nl e.a.
© Donald Willemsen